Schoolvisie

1. Het pedagogisch project van het GO! Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap

BSGO ’t Regenboogje behoort tot het GO! Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap. De algemene pedagogische leidraad van wat wij willen verwezenlijken ligt vervat in het Pedagogisch Project van het GO! (PPGO). Via dit project begeleidt het GO! kinderen in hun persoonlijke ontplooiing en in hun ontwikkeling naar samenleven in diversiteit en harmonie.

Het GO! wil ieder kind de kans geven om zich optimaal te ontwikkelen, zodat zijn of haar talent alle ruimte krijgt. Daarbij is er niet alleen oog voor het verwerven van kennis en inzicht en het ontwikkelen van vaardigheden. De kinderen leren ook kritisch en creatief denken over mens, natuur en samenleving. Het GO! wil geen eenheidsworst, maar heeft oog voor de eigenheid van ieder kind. Het biedt alle kinderen gelijke ontwikkelingskansen door de achterstand die kinderen oplopen door beperkingen, van welke aard ook, weg te werken en door talentvolle jongeren te helpen zich maximaal te ontplooien. Het GO! wil dat leerlingen maximaal voorgaan. Het houdt hen steeds voor ogen dat zij ook een deel zijn van de gemeenschap. Op deze manier leren jongeren in vrijheid verantwoordelijkheid te dragen.

Het PPGO wil dat leerlingen:

  • een fundamenteel zelfvertrouwen hebben, dat steunt op authenticiteit en integriteit;
  • een open geest hebben, zonder vooroordelen, met belangstelling en respect voor ieders mening;
  • mondig zijn, zodat ze hun ideeën helder en juist kunnen vertolken;
  • bereid zijn tot levenslang en levensbreed leren;
  • getuigen van intellectuele, emotionele, esthetische en ethische bewogenheid;
  • opkomen voor de eerbiediging van de Rechten van de Mens en fundamentele vrijheden, voor sociale rechtvaardigheid en voor democratische instellingen;
  • de gelijkwaardigheid van mensen en de emancipatie van ieder individu niet enkel als principe huldigen, maar zich ook inspannen om ze te verwezenlijken.

Het GO! respecteert de filosofische, ideologische en godsdienstige opvattingen van leerlingen en hun ouders. Het beschouwt het actief omgaan met deze diversiteit – actief pluralisme – als een meerwaarde en als een pijler van zijn onderwijs, als een manier ook om jongeren duidelijk te maken dat wij allen, ondanks verschillen, verbonden zijn door gemeenschappelijke waarden en doelen.

 

2. Situering van de school

’t Regenboogje bevindt zich in Etterbeek. Etterbeek is voor buitenstaanders een rijke gemeente waar onder anderen EU-ambtenaren thuis zijn. Maar ze heeft ook een ander gezicht. Tussen het kruispunt van De Jacht en de Troonlaan ligt een driehoek, waar een heel aantal inwoners kampt met socio-economische problemen. Het is voor deze wijk dat Etterbeek voor het eerst in haar geschiedenis een wijkcontract krijgt dat sleutelt aan huisvesting, welzijn en openbare ruimte. Veel sociale indicatoren scoren er namelijk onder het gemiddelde van het Brusselse Gewest: het gemiddelde inkomen is er lager, de huizen zijn in slechtere staat, de dichtbevolkte buurt heeft weinig open of groene ruimte.

In het hart van die driehoek ligt het Sint-Antoonplein, op een steenworp van ’t Regenboogje. Onze school weerspiegelt de dualiteit van Etterbeek in haar leerlingenbestand. Kinderen uit de (hogere) middenklasse, met ouders die vaak tweeverdieners zijn en universitaire of hogeschooldiploma’s hebben, en kinderen uit sociaal-cultureel kansarmere gezinnen. Een kwart van onze leerlingen heeft een SES-statuut. Maar ’t Regenboogje is in de eerste plaats een buurtschool voor Etterbeek en Elsene. Ze overbrugt op haar schoolbanken de afstand tussen de verschillende werelden in deze gemeenten en geeft door haar kleinschaligheid ouders en kinderen een dorpsgevoel in de grootstad.

Onze kinderen komen ook cultureel uit heel verscheiden gezinnen. ’t Regenboogje is niet alleen in haar principes, maar ook in de feiten een multiculturele school. Deze verscheidenheid schept beperkingen, maar ook mogelijkheden en kansen. Onze school ontsnapt verder niet aan de gevolgen van maatschappelijke veranderingen zoals het groeiend aantal echtscheidingen. Ook wij krijgen meer en meer te maken met kinderen met een dubbele verblijfplaats en daardoor soms complexere communicatie met ouders, en met het fenomeen van de nieuwe armoede, doordat ouders die alleen komen te staan het financieel lastig krijgen.

Ook voor de thuistaal van haar leerlingen weerspiegelt ’t Regenboogje de Brusselse realiteit. Een derde van onze ouders is Nederlandstalig. Zij hebben vaak bewust gekozen voor onze multiculturele school. Franstalige ouders maken een vijfde tot een kwart uit. Zij geven de voorkeur aan een Nederlandstalige school omdat ze willen dat hun kind tweetalig wordt. De groep taalgemengde gezinnen is aan een opmars bezig in Brussel en dus ook in onze school: het gaat nu al om ruim een derde. Anderstaligen maken 14 procent van de leerlingen uit.

 

3. Visieontwikkeling in ‘t Regenboogje

Algemeen

Wat?

In de visie van onze school staat het kind centraal. De totale en evenwichtige ontwikkeling van het kind is de hoofdmissie van ons onderwijs.

Wij willen onze kinderen betekenisvolle kennis en vaardigheden bijbrengen om hun intellectuele ontwikkeling te stimuleren. Dit betekent dat we hun zowel een positieve leerattitude als een kritische ingesteldheid willen meegeven.

De ontwikkeling tot democratische wereldburgers blijft onze sociale en morele hoofdbekommernis. Wij willen de kinderen bewust leren omgaan met de bestaande diversiteit en ze leren waarderen.

Als school willen wij mee bijdragen tot de ontwikkeling van een rijk emotioneel leven van onze kinderen. Wij willen immers dat ze opgroeien tot gelukkige adolescenten en volwassenen.

De gezondheid van onze kinderen is uitermate belangrijk voor ons. Wij streven er dan ook naar hun fysieke ontplooiing te stimuleren. Sport, voeding, hygiëne en lichaamshouding behoren tot onze aandachtspunten.

Hoe?

Om die ontwikkeling te stimuleren is de school een uitdagende omgeving, waarin de kinderen doelgericht worden ondersteund bij het opdoen van leerervaringen.

Wij trachten onderwijs op maat van ieder kind te bieden.

Wij streven ernaar ALLE kinderen dezelfde kansen te geven, ongeacht hun herkomst, geslacht en vaardigheden. Onze onvoorwaardelijke aandacht gaat bijgevolg uit naar alle kinderen.

Wij streven naar een groene en duurzame school en leren onze kinderen zo gewoonten aan die ze hun leven lang zullen meedragen.

Wij integreren nieuwe technologieën en nieuwe media om de generatie ‘digital natives’ te leren er op een verantwoorde en kritische manier mee om te gaan.

Wij stimuleren een open houding tegenover talen en cultuur, door via ons talenbeleid de nieuwsgierigheid van onze kinderen te prikkelen en hun inzicht te geven in de gelijkenissen en de verschillen.

Wij geloven in de brede school, waarbij wij samenwerken en expertise delen met andere scholen in Etterbeek en met sociale, sportieve en educatieve organisaties.

Wij zoeken de participatie van ouders en moedigen hen aan om mee te denken over wat in onze school gebeurt.

Het welslagen van deze onderneming hangt af van het samenspel tussen leerkrachten, kinderen, ouders en betrokken externen (zoals de gemeenschapscentra, bibliotheken,…). Communicatie en wederzijds begrip tussen alle betrokkenen zijn dus primordiaal.

 

4. Waarden

In onze visie staat een aantal waarden voorop: autonomie, democratie, emancipatie, menselijke waardigheid en kritische zin.

  • Autonomie

De kinderen in onze school moeten rijp gemaakt worden voor het gewoon secundair onderwijs. De invoering van overheidswege van ontwikkelingsdoelen en eindtermen is een belangrijke uitdaging voor onze school. Alle kinderen op school moeten de vooropgestelde eindtermen kunnen halen. Maar onze kinderen verschillen grondig van elkaar, zowel bij de aanvang als in hun verdere ontwikkeling. Daarom is het uitermate belangrijk dat wij de kinderen op een gepaste manier begeleiden.

Eerder dan het behandelen van inhouden door de leerkrachten staat het bereiken van de eindtermen door de leerlingen centraal. Dit betekent dat onze kinderen worden begeleid naar de zelfstandigheid. De rol van ons onderwijs is immers het kind te activeren met passende activiteiten en te brengen tot een grotere onafhankelijkheid in het leren. Het doel is uiteindelijk de leerling zelfstandig te maken in het leren. Kortom, de kinderen leren zelf te ontdekken. Daartoe dient onze school te zijn ingericht als een uitdagende leeromgeving.

  • Democratie

De school is een leefgemeenschap waarin verschillende actoren elkaar ontmoeten. We denken in de eerste plaats aan de kinderen en de onderwijzers, die dag in dag uit samenwerken. Maar ook ouders en buurt beïnvloeden wat op school gebeurt. Het samenspel van deze vier spelers bepaalt in grote mate of onze school in haar missie slaagt.

Om dit samenspel zo goed mogelijk te laten verlopen in onze multiculturele context zijn communicatie en inspraak onontbeerlijk. Dit betekent dat de school zo duidelijk mogelijk is tegenover de ouders. Dit veronderstelt een permanente inzet voor aangepaste communicatie.

De inspraak van de ouders is ook een essentieel onderdeel van onze visie. De ouders zijn een bron van menselijk en cultureel kapitaal, waaruit de school kan putten om haar werking te ondersteunen. Iedere ouder kan vanuit haar of zijn specifieke achtergrond een positieve inbreng hebben in de school. Dit kan zowel bij de uitvoering van projecten, de organisatie van het schoolfeest of het begeleiden van activiteiten in de klas, als via formelere kanalen zoals de schoolraad, waar ouders mee denken over en wegen op het beleid van de school.

De Amerikaanse onderwijsdeskundige John Dewey stelde in de jaren twintig van de vorige eeuw dat enkel democratische scholen democratische burgers kunnen vormen. Met dit voor ogen wensen we ook de inspraak van leerlingen in het schoolleven te garanderen.

  • Emancipatie

De school is nog een van de weinige instellingen waar kansen worden aangeboden. We willen deze kansen maximaal benutten voor onze kinderen. De begeleiding tot zelfredzaamheid is daarom ook zo cruciaal. Uiteindelijk moeten de kinderen die ons worden toevertrouwd kunnen opgroeien tot mensen die een aantal materiële beperkingen en culturele uitdagingen zijn ontgroeid.

Wij waken er over dat de kansen voor kinderen die opgroeien met materiële beperkingen niet gehypothekeerd worden, bijvoorbeeld door ons bij de organisatie van uitstappen altijd strikt te houden aan de maximumfactuur.

Het besef van gelijkwaardigheid tussen de geslachten is een ander aspect van emancipatie dat onze aandacht verdient. Jongens en meisjes verschillen uiteraard biologisch, maar dit mag zich niet vertalen in een sociale appreciatie in termen van meer- of minderwaardig.

Ons emancipatiestreven beperkt zich niet tot zelfredzaamheid op het vlak van leren en van gendergelijkheid. Om de beperkingen van vele kinderen te overstijgen dient ook zoveel mogelijk geput te worden uit de diversiteit op school. Het verwerven van interculturele competenties is in onze samenleving immers een noodzaak. Wij kunnen en moeten de bonte veelheid aan culturele achtergronden op onze school aanboren en brengen onze kinderen daarbij in de eerste plaats het besef van gelijkwaardigheid van culturen bij. Daartoe dienen zij op een speelse manier met elkaar te leren omgaan. Dit emancipatie-ideaal houdt ook in dat de kinderen respect leren opbrengen voor elkaars levensbeschouwing en cultuur.

Communicatie is bijgevolg heel belangrijk in ons pedagogisch project. Deze communicatieve vaardigheden omvatten onder meer het zich correct leren uitdrukken, maar via ons talenbeleid stimuleren wij ook een open houding tegenover taal en cultuur, door onze kinderen gevoelig te maken voor de verschillende talen in Brussel en hun inzicht te geven in de gelijkenissen en de verschillen. Brussel is een complexe stad met institutionele tweetaligheid en de sociologische dominantie van het Frans. Om onze kinderen optimaal voor te bereiden op deze stad mogen wij onze ogen en oren niet sluiten voor het Frans, maar moeten we echter van deze tweetaligheid een troef maken. Binnen de bestaande krijtlijnen lijken onderwijsmethoden op maat van deze talige omgeving de meest aangewezen pedagogische weg voor onze school. Zo geven wij het Frans een plaats via het STIMOB-project – Stimulerend Meertalig Onderwijs in Brussel. Van de tweede kleuterklas tot en met het eerste leerjaar wordt een les lichamelijke opvoeding in het Frans gegeven door een native speaker. Van het tweede tot het zesde leerjaar wordt een deel van de lessen wiskunde in het Frans aangeboden – naast, vanaf het derde, de formele lessen Frans. Franstalige kinderen krijgen zo de kans om hun moedertaal te valoriseren op school, de andere kinderen kunnen zo proeven van het Frans.

De Brusselse context confronteert ons ook met problemen van intergenerationele relaties tussen een verouderde autochtone bevolking en de veel jongere groep met een migratieachtergrond. Intergenerationele communicatie is eveneens een bijzonder aandachtspunt voor de leerlingen van onze school. Het gaat dan niet alleen om het leren samenleven tussen twee bevolkingsgroepen, maar ook om het voorkomen van vervreemding binnen een en hetzelfde gezin. De meeste kinderen op onze school zitten als het ware al in een cultuurbad dat sterk verschilt van het ouderlijke en grootouderlijke milieu. We mogen de band van deze kinderen met de cultuur van oorsprong niet verwaarlozen.

  • Menselijke waardigheid

Een abstracte waarde als respect voor de menselijke waardigheid vertaalt zich heel concreet door de aandacht voor de integriteit van het kind. Kinderen zijn niet alleen volwassenen in wording, zij verdienen ook hier en nu ons respect. De rechten van het kind dienen dan ook als richtsnoer voor ons pedagogisch handelen.

Dit vertaalt zich ook in ons streven naar onderwijs op maat. Het kind is geen passief, leeg vat: zinvol leren is slechts een gevolg van handelingen die ieder individueel kind zelf uitvoert. Betekenisvolle kennis bouwt ieder kind zelf op door nieuwe informatie te koppelen aan de bestaande. Geleide oefeningen op maat van ieder kind zijn dan ook de instrumenten bij uitstek om nieuwe vaardigheden te laten leren door de kinderen zelf. Onze leerkrachten proberen daarom leerinhouden te creëren die de kinderen in staat stellen een leerlijn te volgen waardoor ze de eindtermen bereiken. Onze leerkrachten kennen in onze relatief kleine school de individuele leerlingen en leerlingengroepen. Dit laat hen toe een aangepast ondersteuningsplan uit te werken.

Het principe van de waardigheid van het kind dient ons inziens ook steeds de leidraad te zijn bij het invoeren van vernieuwingen in didactische methodes. De centrale bekommernis moet steeds zijn dat de kinderen er beter van worden. Onze school hanteert ook een systeem van buddy’s en tutorlezen, waarbij sterkere leerlingen hun leeftijdsgenootjes helpen met de lesinhoud. Die leren soms gemakkelijker van iemand die dichter bij hun leefwereld staat; bij de sterkere leerlingen worden dan weer de sociale vaardigheden gestimuleerd.

  • Kritische ingesteldheid

Een van de belangrijkste vaardigheden die wij onze kleuters en scholieren willen meegeven is de vaardigheid van het zelf kunnen denken en nadenken. Dit betekent dat we de eindtermen zo goed mogelijk trachten na te streven, maar ook dat we de kinderen een kritische zin bijbrengen tegenover al verworven kennis. Kennis is misschien wel neutraal, maar het gebruik van die kennis is dat nooit. Wij willen de kinderen dan ook gevoelig maken voor maatschappelijke vraagstukken, zoals gelijkheid en herverdeling, milieuproblemen, de gelijkwaardigheid van culturen en personen.

Thema’s als duurzame ontwikkeling, ecologisch bewustzijn en mensenrechten zijn dan ook zeer belangrijk. Wij streven naar een groene en duurzame school via ons afval- en milieubeleid, energieverbruik en onze inrichting. Wij willen in onze dagelijkse werking onze kinderen bewust maken van ecologie en duurzaamheid, om hen goede gewoonten aan te leren die ze hun leven lang zullen meedragen.

Wij streven er ook naar om deze generatie van ‘digital natives’ die nu de schoolbanken bevolkt, op een verantwoorde en kritische manier te leren omgaan met nieuwe technologieën en nieuwe media.

Tot slot merken wij op dat deze kritische ingesteldheid ook steeds van toepassing is op onze eigen werking als school. Hoe komen deze kinderen aan op school en wat is er van hen geworden wanneer ze de school verlaten? Door het hanteren van op voorhand gestelde doelen, samenwerking tussen de betrokkenen en via overlegmomenten streven we naar een steeds beter eindresultaat.

 

5. Doelstellingen voor de leerlingen

Op het vlak van onderwijs

  • Niet alleen kennis overdragen in theorie, maar daarnaast ook een brede en een realistische oriëntatie richten op de omgeving en de samenleving.
  • Het ontwikkelen van visuele en auditieve perceptie door het hanteren van proefondervindelijke methodes, raadplegen van informatiebronnen, het gebruik van media en het creëren van leersituaties in de klas en de onmiddellijke omgeving.
  • Ieder kind krijgt alle ontwikkelingskansen op zijn niveau om zich goed voor te bereiden op het vervolgonderwijs. Wij differentiëren in de klas en werken ook klasdoorbrekend.
  • Wij leggen de nadruk op het aanleren van basisvaardigheden en technieken, het kunnen toepassen van verworven inzichten en zelfstandig verwerken van leerstofgehelen.
  • Aandacht voor de motorische ontwikkeling van ieder kind.
  • Ieder kind moet voldoening ondervinden in zijn kunnen, wat resulteert in een actieve inzet.
  • De kinderen moeten openstaan voor vernieuwingen om de evolutie in de maatschappij te kunnen volgen.

     

Op het vlak van de vorming

  • De leerlingen leren kritisch denken, niet alleen t.o.v. anderen, maar ook t.o.v. zichzelf. Ze leren beslissingen nemen en de gevolgen ervan te dragen.
  • Ze leren samenwerken in groep, leren doorzetten en met hun problemen naar buiten komen.
  • De leerlingen een pluralistisch bewustzijn bijbrengen, vrij van racistisch en discriminerend gedrag.
  • Ze leren nadenken over hun mening en hen te leren om deze desnoods te herzien.
  • De leerlingen leren objectief te zijn.
  • Ze leren streven naar nauwkeurigheid en zelfstandigheid.

     

Op het vlak van opvoeding

  • We willen de leerlingen opvoeden tot sociale individuen en egoïsme bestrijden.
  • Ieder kind leert zichzelf te waarderen en te respecteren. Ieder kind leert zich veilig betrokken te voelen bij de school en leert zijn emoties te uiten.
  • De leerlingen leren zorg te dragen voor het didactisch materiaal.
  • De leerlingen leren de afspraken en reglementen na te leven. Ze ontwikkelen sociale bewogenheid en sociale, politieke en ecologische realiteitszin.

 

6. Doelstellingen voor de leerkrachten

Op het vlak van onderwijs

  • Openstaan voor vernieuwing.
  • Verzekeren van pedagogische en didactische continuïteit, met overleg.
  • Werken met thema’s en gebruik maken van verschillende media.
  • De kinderen leren de verworven kennis en vaardigheden zelfstandig te hanteren.
  • Differentiëren in de klas en in de school.
  • De nadruk leggen op basisvaardigheden en technieken, en het ontwikkelen van visuele, auditieve en tactiele perceptie.
  • Een degelijke basis meegeven en een goede voorbereiding geven op verdere studies.
  • Een open communicatie op een niet bevooroordeelde manier voeren over de onderwijsevolutie van hun kinderen.
  • De eigen werking evalueren en eventueel trachten te verbeteren, via gepaste navorming, ondersteuning en kritisch reflecteren.

     

Op het vlak van vorming

  • De leerlingen zelfstandigheid en zelfredzaamheid bijbrengen.
  • Streven naar pluralisme, vrij van racistisch en discriminatoir gedrag.
  • Met problemen durven naar buiten te komen, zijn mening durven te herzien en objectief zijn.
  • Vertrekkende van een correcte inschatting van ieder kind in de groep streven naar een zelfstandige en harmonische ontwikkeling van de totale persoonlijkheid door middel van…

    ●… het meegeven van waarden en normen

    ●… het daadwerkelijk ontwikkelen van de capaciteiten van de kinderen

    ●… het opwekken van interesses en laten opbloeien van talenten.

  • De leerlingen een gevoel van orde en netheid bijbrengen.
  • Cultuurontwikkeling waarbij de school niet alleen cultuurbewarend, maar ook cultuurstimulerend werkt.
  • Het doorbreken van rolpatronen.

     

Op het vlak van opvoeding

  • Naleven van afspraken en reglementen.
  • Begeleiden en stimuleren van het kind naar een gezonde ontplooiing van de eigen creatieve mogelijkheden.
  • Creëren van een veilige en geborgen leefwereld op school, zodat het kind tot leren komt.
  • Sociale opvoeding door aandacht voor een gezonde en op het niveau van de basisschool begrijpelijke maatschappijkritiek.
  • Komen tot sociale bewogenheid en het bijbrengen van sociale, politieke en ecologische realiteitszin.
  • Het betrekken van de ouders bij het welzijn van het kind op school.
  • Begrip en respect hebben voor beslissingen van de ouders.

 

7. Doelstellingen voor de ouders

Op het vlak van onderwijs

  • Het belang beseffen van de nagestreefde kennisinhouden.
  • Het opvolgen van de vorderingen van kinderen. Een minimale beheersing van de Nederlandse taal is zeker een pluspunt voor de ouders.
  • Het ‘leren’ moet een eigen plaats krijgen in het gezinsleven. Hiertoe trachten we de ouders te overtuigen van het inrichten van een positieve leeromgeving in hun eigen huis voor het kind.

     

Op het vlak van vorming

  • Ouders en school respecteren elkaar en staan open voor elkaars mening. De ouders daarbij gevoelig maken voor pluralisme, vrij van discriminerend gedrag.
  • Streven naar een harmonische ontwikkeling van het kind.
  • Met problemen die de ontwikkeling van het kind kunnen beïnvloeden naar school durven te komen.
  • Samenwerken met leerkrachten en externen in het belang van het welzijn van het kind.

     

Op het vlak van opvoeding

  • Naleven van afspraken en reglementen.
  • Zorgen voor een minimum aan basiscomfort voor het kind.
  • Wijzen op het belang voor kinderen van duidelijkheid inzake afspraken.