Lichamelijke opvoeding

Met de lessen lichamelijke opvoeding of bewegingsopvoeding, die vanaf de peuterklas gegeven worden in onze school door een bijzondere leerkracht LO, streven we volgende algemene doelstellingen na in het basisonderwijs:

 

Aanzetten tot een gezonde en actieve leefstijl

Kinderen bewegen veel en graag. Dat zien we bijvoorbeeld op de speelplaats, op het buurtpleintje, in de tuin ... Het ontwikkelen, stimuleren en behouden van een gezonde en actieve levensstijl is een belangrijke doelstelling van het leergebied lichamelijke opvoeding in het basisonderwijs. Temeer daar we de laatste jaren bij kinderen een sterke afname van spontane lichaamsbeweging constateren tijdens hun vrije tijd. Inperking van de speelruimte, ‘taxi mama of papa’, te veel zittende vrijetijdsbesteding (tv, computerspelletjes …)… zorgen ervoor dat de rapporten over de fysieke fitheid van onze kinderen een negatieve trend signaleren.

Via beweegsituaties ervaren kinderen op hun niveau dat bewegen, een correcte lichaamshouding en hygiëne belangrijk zijn voor de gezondheid en dat ze daarvoor, binnen hun eigen mogelijkheden, een verantwoordelijkheid dragen.  De nadruk ligt hierbij op blijvende attitudevorming en niet op een tijdelijk fysiek resultaat. De nadruk ligt ook op plezier beleven aan bewegen zodat kinderen gemotiveerd zijn voor een blijvende deelname aan bewegingsactiviteiten.

 

Lichamelijk opvoeden

Bewegen is van essentieel belang voor de ontwikkeling van kinderen.

Bewegingsopvoeding wil bijdragen aan een optimale brede motorische ontwikkeling als belangrijk onderdeel van de persoonlijkheidsontwikkeling.

Bij de kleuters ligt het accent op het ontdekken van bewegingsmogelijkheden en het verder ontwikkelen van de natuurlijke basisbewegingen en van de fijn-motorische competenties. Ook het ontwikkelen van lichaams-, tijds- en ruimteperceptie is essentieel voor een evenwichtige (psycho-)motorische ontwikkeling.

Bij kinderen van de lagere school worden deze competenties verder verfijnd in complexere bewegingssituaties. Bij oudere kinderen komt daarbovenop een oriëntatie op enkele algemene sport-specifieke basisbewegingen.

Lichamelijke opvoeding of bewegingsopvoeding wil de fysieke fitheid van kinderen ontwikkelen. Een fysieke basisconditie is onontbeerlijk voor het welbevinden van kinderen en voor een actieve en gezonde deelname aan het maatschappelijk leven. Kinderen ontwikkelen een fysieke basisconditie via gevarieerde bewegingsactiviteiten die kracht, lenigheid, uithoudingsvermogen, snelheid, coördinatie en evenwicht oefenen.

Via beweegsituaties leren kinderen hun eigen bewegingsmogelijkheden en -beperkingen (en die van anderen) kennen. Ze ontwikkelen m.a.w. een adequaat zelfbeeld. Dit zelfbeeld evolueert mee met de groeiende bewegingscompetenties waardoor kinderen geleidelijk aan complexere bewegingssituaties aankunnen. Door succeservaringen in beweegsituaties en reflectie hierop groeit het inzicht in beweegsituaties, het competentiegevoel en zelfwaardegevoel en draagt dit bij aan een positief zelfbeeld en een positieve bewegingsattitude.

Veilig bewegen is belangrijk tijdens de activiteiten lichamelijke opvoeding in de bewegingsruimte. Ook in de klas, op de speelplaats, in het zwembad … moeten kinderen veilig kunnen bewegen. Dit is niet enkel belangrijk in het kader van blessurepreventie, maar ook ter bevordering van een positieve bewegingsingesteldheid. Aanvankelijk bewaakt de leraar de veiligheid van de bewegingsactiviteiten maar geleidelijk aan nemen de kinderen mee de verantwoordelijkheid op voor het creëren van een veilige bewegingssituatie.

 

Samen leren bewegen

Bewegen is meestal ‘samen bewegen’. Om samen te kunnen bewegen en spelen zijn sociale vaardigheden nodig. Bij het samen bewegen is het bijvoorbeeld belangrijk om elkaar te helpen en rekening met elkaar te houden, om verantwoordelijkheid voor zichzelf en voor anderen te nemen en van anderen te aanvaarden. Bij sport en spel is het nodig om te leren afspreken  wat de regels zijn,  te leren hoe ze na te leven, verschillende rollen te kunnen spelen, zich op een sociaal aanvaardbare wijze te leren uiten ...

Het creëren van samenhorigheid zal een positief effect hebben op het leren omgaan met verschillen.

 

Wegwijs maken in onze sport- en bewegingscultuur

Er bestaat buiten de school een ruim  maatschappelijk bewegings- en sportaanbod via jeugdkampen, sportclubs, dansverenigingen, circusscholen, jeugdbewegingen, sport- en spelkampen … Bewegingsonderwijs wil kinderen oriënteren op die sport- en bewegingscultuur. Daarom is het belangrijk dat kinderen  op school kunnen proeven van een breed aanbod aan mogelijkheden en ontdekken welke activiteiten passen bij hun competenties, hun motieven en hun voorkeuren.

Een brede motorische ontwikkeling, waarin basisbewegingen essentieel zijn, staat voorop om kinderen bij de overstap naar sportparticipatie voldoende succesbeleving te laten ervaren.